Contact
De afgelopen maanden zijn er een aantal dingen gebeurd waardoor ik hardop heb afgevraagd: ‘Hallo, contact?’
Paniek
Ik zit in de trein richting Utrecht als er een mededeling komt dat de trein niet verder rijdt dan station Geldermalsen. Wie verder wil naar Utrecht, kan gebruikmaken van snelbussen. Wie terug wil naar Den Bosch kan blijven zitten – de trein rijdt terug.
Flink balen, voor iedereen. Inmiddels ben ik wel wat gewend van de NS. De treindeuren gaan open, het moment waarop iedereen een keuze moet maken. Ik besluit dat het de moeite niet waard is en blijf zitten om terug te gaan. Net op het moment dat ik mijn neus dieper in mijn boek wil steken, ontvouwt zich een merkwaardig tafereel.
Een vrouw begint wildvreemden aan te spreken, ogenschijnlijk om te vragen wat ze nu gaan doen, om vervolgens aan anderen duidelijk te maken waarom deze vertraging voor haar echt heel vervelend is. Een stel met twee fietsen begint ze te verplaatsen alsof er geen andere mensen in de tussencoupé zitten – waarbij ze tegen alles en iedereen aanbotsen. Iemand anders besluit om, precies voor het trappetje bij de uitgang van de trein, even zijn telefoon te checken. Waarmee de facto de in- en uitgang van de trein is geblokkeerd.
Mediagebruik
Het valt me steeds meer op hoe mensen in het openbaar vervoer schaamteloos ruimte innemen. Mensen die anderen bellen via de luidspreker. Mensen die door hun tijdlijn scrollen met het geluid aan. Mensen die hardop naar muziek luisteren – of ze nu in een stiltecoupé zitten of niet.
Ik ben inmiddels oud genoeg om me te herinneren dat telefoneren in een openbare ruimte als een grove schending van de fatsoenlijkheid werd beschouwd. De goede oude tijd.
YouTube
Ook het beheer van onze online wereld lijkt een andere wending te hebben genomen. Waar sociale media zich ooit richtten op het samenbrengen van kennissen, mensen met gedeelde interesses en mensen met gedeelde irritaties, lijken ze nu vooral gericht op verkoop. Zo krijg ik bijvoorbeeld, tussen het bekijken van mijn video's door, regelmatig verzoeken van YouTube om bedrijven te noemen die ik in mijn advertenties heb gezien.
De schaamteloze manipulatie door Big Tech is een van de redenen waarom ik onlangs met de meeste sociale media ben gestopt.
Een daarvan is WhatsApp. Nadat ik mijn account en de app van mijn telefoon had verwijderd, dacht ik klaar te zijn. Maar het liep anders. De afgelopen weken heb ik van verschillende mensen gehoord dat ze mijn nummer nog steeds in hun WhatsApp konden zien mij berichten konden sturen.
Dit kon ik zelf niet meer checken. Bij de FAQ op hun website kon ik het antwoord op de vraag hoe dit kan niet vinden. Dus probeerde ik contact op te nemen met de klantenservice. Ik kwam er al snel achter dat dit tegenwoordig een AI-bot is, die de standaardteksten van de FAQ in telkens net iets andere vorm presenteert. Het kwam er uiteindelijk op neer dat in de eerste 90 dagen na verwijdering mijn account nog bewaard wordt alsof het een actieve gebruiker is, zonder dat ik daarvan wist.
Natuurlijk wilde ik met een medewerker van WA spreken. Maar volgens de AI-bot werken er geen mensen bij de klantenservice van WA.
Hallo, …?
Dit lijkt allemaal met elkaar samen te hangen. Sinds wanneer zijn we een verzameling individuen in onze eigen bubbels in plaats van mensen die een ruimte met elkaar delen? Sinds wanneer telt jouw paniek meer dan die van anderen? Sinds wanneer is het normaal dat bedrijven hun gebruikers om medewerking vragen zodat ze je nog beter kunnen manipuleren? Sinds wanneer hebben sociale media de macht om mijn interpersoonlijke communicatie te verstoren? Met andere woorden: wat gebeurt er in vredesnaam met onze openbare ruimte en het menselijk contact daarin?
Er moeten meer mensen zijn die dit zien. Als dat zo is, waar blijft dan de wijdverspreide publieke verontwaardiging?
Eerlijk gezegd vermoed ik dat de meeste mensen dit helemaal niet willen zien gebeuren. En dat is volgens mij precies de reden waarom de erosie van de openbare ruimte als collectieve plek zich blijft voortzetten.
Het stopt pas wanneer wij willen dat het stopt.
